Mythologische Betekenissen |
ALEXANDER de Grote (1020) gr. Alexandros, zoon van koning Philippus van Macedonie (356 - 323 v. Chr. Alexander). Na de dood van zijn vader bleek koning Alexander een uitmuntend veldheer te zijn: in korte tijd bracht hij geheel Griekenland onder zijn macht. In 334 v. Chr. begon hij uit wraak een veldtocht tegen de Perzen, omdat hun toenmalige koning Griekenland had aangevallen (tussen 499 en 479 v. Chr.), waarbij veel doden waren gevallen en veel verwoestingen waren aangericht, de stad Athenai bijvoorbeeld werd in brand gestoken en volledig verwoest. De veldtocht naar Perzie verliep voorspoedig: drie maal versloeg hij het Perzische leger. Na de derde nederlaag sloeg de koning op de vlucht voor Alexander, maar hij werd door één van zijn satrapen (gouverneurs) vermoord. Alexander liet zich daarna in Soesa en Babylon tot koning van het Perzische Rijk kronen. Hij had zeer veel moeite met het veroveren van het Oostelijke deel van het Perzische Rijk (o.a. Afhganistan). In 326 v. Chr. trok hij zelfs het Indusgebied binnen, maar toen weigerden zijn troepen verder te trekken: ze wilden eindelijk weer naar moeder de vrouw. Alexander keerde onder zware omstandigheden naar Soesa terug; in 323 v. Chr. overleed hij onverwachts in Babylon aan een malaria-aanval. Alexander had een Grieks-Oosters Rijk willen stichten, waarin de Griekse beschaving een hoofdrol speelde; Grieks had hij al tot de voertaal gemaakt en hij had er bij zijn manschappen op aangedrongen te trouwen met inheemse dames. Dit heet Hellenisering (Vergrieksing). Het Grieks is hierdoor eeuwenlang de voertaal gebleven; zie bijvoorbeeld het Nieuwe Testament, door niet-Grieken in het Grieks geschreven. APOLLO (430) Latijnse benaming voor de Griekse Apollon, een Olympische godheid, dwz. één van de goden, die op de Olympus, een ongeveer 3000 meter hoge berg in het Noorden van Griekenland, woonden. Naar deze berg zijn niet de Olympische spelen genoemd, maar wel naar de stad Olympia op de Peloponnesos, waar ze gehouden werden. Apollon was de zoon van de oppergod Zeus en van Leto, tweelingbroer van de godin Artemis, die door de Romeinen Diana werd genoemd (zie aldaar). Zijn goddelijke macht strekt zich uit over vele terreinen van het menselijk bestaan: hij kan mensen genezen en geldt alszodanig als vader van Asklepios, god der geneeskunde; hij is god der wijsheid en spreekt tot de mensen door middel van zijn orakels, voornamelijk in de stad Delphi; hij is leider van de negen Muzen, beschermgodinnen van kunsten en wetenschappen; ook is hij Zonnegod, onder de naam Phoibos Apollon. Mensen konden ook zijn slachtoffer worden, als het ging om goddeloos gedrag. BACCHUS (257, 363) Latijnse vorm van het Griekse Bakchos, die ook Dionysos heet. Als zoon van oppergod Zeus en de sterfelijke Semele was Dionysos een laatkomer op de Olympus. Hij werd vereerd als god van de vruchtbaarheid, in het bijzonder van de wijnstok. Toen hij volwassen was geworden, trok Dionysos de wereld rond met een stoet dieren en satyrs (zie aldaar) om de mensen het kweken van vruchtbomen en vooral van de wijnstok te leren. Overal trof hij enthousiaste volgelingen aan, maar wie zich verzette tegen deze nieuwe god, moest dat meestal met zijn leven bekopen. Deze zegetocht van Dionysos is een afspiegeling van de grote betekenis, die de wijn naast de olijf voor het leven der Grieken had. Cultuur-historisch is de Dionysosverering van bijzonder groot belang geweest, omdat uit die verering hoogstwaarschijnlijk de tragedie en ook de komedie zijn ontstaan. CENTAUR (1022) gr. Kentauros, mythisch wezen, paard met een menselijk bovenlichaam, ongeveer tot en met de navel, heeft dus vier paardenbenen. Er bestaat ook een ander, ouder type Kentauros: een man met een paardenlichaam aan z'n achterwerk vast, heeft dus twee paardenbenen achter en twee mensenbenen vóór. Vrouwelijke Kentaurai zijn in de Oudheid niet of nauwelijks afgebeeld, wel op het aardewerk, met bloot bovenlijf of geheel naakt, maar alleen, als het om erotische afbeeldingen ging. Na de dood van Alexander de Grote (323 v. Chr.) ontstaan er duidelijk nieuwe kunststromen, waarbij godinnen- / vrouwenbeelden worden gemaakt, die wel (bijna) naakt zijn. Als stamland van de Kentauroi beschouwde men Thessalie (midden/noord Griekenland), hét land van de paardenfokkerij. De Kentauros is mogelijk een vage herinnering aan het verschijnen van een "bemand" paard, voor de Grieken van toen (begin 2e millennium) een totaal onbekend verschijnsel, onbereden paarden waren hun zelfs onbekend. Maar er waren in de Oudheid wel meer fabeldieren, die gedeeltelijk mens waren, de bekendste was de Sphinx. Gaius Juius CAESAR (437, 458) (100 - 44 v. Chr.), Romeins staatsman ten tijde van de late Republiek, met een waslijst aan functies en activiteiten. Na zijn consulaat (soort burgemeesterschap) in 59 v. Chr., werd hij aangesteld als proconsul (soort stadhouder / gouverneur) van Gallia Transalpina, d.w.z. het latere Frankrijk, Belgie en Nederland tot de grote rivieren, dat hij in acht jaar tijd volledig had geromaniseerd (lees: met geweld had onderworpen). De Provence was al Romeins. Na afloop van deze campagne had hij een goed getraind en aan zich verknocht leger. Met dit leger trok hij alle macht tot zich, deed nog een aantal veroveringen, waaronder het Egypte van Cleopatra, en benoemde zichzelf tot dictator voor het leven, daarna tot rex (koning). Dit laatste was voor de fanatieke Republikeinen onverteerbaar en ze hebben hem toen vermoord. De Republiek werd daardoor overigens niet gered, want Caesars adoptiefzoon Octavianus, beter bekend als Augustus, nam de macht over en zette de 'lijn' van Caesar voort, alleen zonder diens hoogmoed. De periode vanaf Augustus noemt men het Keizerrijk, omdat de bijnaam Caesar (betekenis mogelijk 'slachter' ) een titel was geworden: ons woord keizer is daarvan afgeleid, ook het duitse Kaiser en het russische tsaar. Caesar heeft tijdens zijn leven vele goede maatregelen genomen: voorzieningen voor het proletariaat (het armste deel van de bevolking), kalenderhervorming (Juliaanse kalender), volkstelling, plannen voor het droogleggen van moerassen, inrichting van openbare bibliotheken, codificatie van het recht, etc.. DAVID (307, 432, 434, 439, Diens geschiedenis staat beschreven in het Oude Testament (1Samuel): zijn opkomst als koning (11e eeuw v. Chr.) heeft Israel niet alleen tijdelijk welvaart gebracht, maar ook een stempel gedrukt op het karakter van land en volk. Ook van belang is, dat Jeruzalem na de veroveringen van David, de politieke en religieuze hoofdstad van Israël is geworden. Zijn dynastie heeft ongeveer vijf eeuwen stand gehouden, tot in 587 v. Chr. de Babylonische ballingschap begon. David is echter het meest bekend door de oorlogen tussen de Filistijnen en Israëliten, met name door zijn tweegevecht met de Filistijnse reus van drie meter lang, de zwaar bewapende Goliat. Deze Goliat was al weken bezig, terwijl de legers tegenover elkaar stonden, de Israëliten uit te dagen tot een gevecht van man tegen man, om op die manier de oorlog te beslissen. Uiteindelijk verscheen David met een steenslinger en wat stenen. Goliat was woedend en zwaar beledigd, dat zo'n broekje, zonder reguliere wapens, hem durfde uit te dagen. Maar intussen had David hem al een steen door zijn voorhoofd gejaagd, waardoor Goliat voorover op de grond dreunde. David nam diens zwaard en onthoofdde hem daarmee. En verbijsterd sloegen de Filistijnen op de vlucht. DIANA (300, 431) Latijnse benaming voor de Griekse Artemis, met pijl en boog gewapende godin van de jacht en heerseres van het wild; ook bij haar konden mensen slachtoffer worden, zoals bij haar tweelingbroer. Zij is een maagdelijke godin en werd ook gelijk gesteld aan de maan, Phoibe is dan haar naam. Zij staat vrouwen in barensnood bij. Zij wordt in allerlei hoedanigheden vereerd, waarvan die als vruchtbaarheidsgodin: in de Griekse stad Ephesos, Klein-Azie (= Efes in Turkije) had zij in die hoedanigheid een zeer grote tempel, die in de Oudheid al beschouwd werd als één van de zeven wereldwonderen. Een gestoorde heeft die tempel ooit eens in brand gestoken, omdat hij daardoor in de 'geschiedenisboeken' terecht hoopte te komen: dat is hem gelukt, hij heette Herostratos. DORISCH (534, 535, 620, 623, 624, 625) Ongeveer vanaf de 6e eeuw v. Chr.: de marmeren zuil staat zonder basis (voetstuk) op een enkele treden hoge onderbouw het kapiteel, d.w.z de bovenkant van de zuil, is niet meer dan een soort plat kussen, dat een steunplaat draagt; op de zuilen rusten draagbalken, waar bovenop zich de uiteinden van de dwarsbalken bevinden, met verticale sleuven (triglyphen) en waarbij de ruimtes tussen de triglyphen worden opgevuld met metopen (reliefplaten); daarboven de driehoekige gevelvelden (aan de vóór- en achterzijde van de tempel), al dan niet voorzien van beeldhouwwerk. EROS (305,336) Amor en Psyche. Eros was de zoon van de griekse Aphrodite (Romeins Venus), godin van de zinnelijke liefde / erotiek en schoonheid en van Ares (Rom. Mars), de gevreesde oorlogsgod (maar ook lekker stoer, vond Aphrodite). Psyche betekent: levensadem, ziel (de herkomst van het woord psycholoog is hiermee wel duidelijk). Volgens het bekende sprookje van Amor / Eros en Psyche - te lezen bij de Romeinse schrijver Apuleius- raakte Eros, die van zijn moeder altijd andere mensen verliefd op elkaar moest maken met z'n liefdespijlen, zelf verliefd op Psyche, die zo mooi was, dat ze in eerste instantie de afgunst van Aphrodite opwekte en Eros de omgang met haar verbood, bovendien de opdracht gaf Psyche verliefd te laten worden op een oerlelijke man. Maar dát deed Eros niet, hij bezocht haar zelfs elke nacht, op voorwaarde dat zij niet zou proberen hem te zien! Maar... de vrouwelijke nieuwsgierigheid won het natuurlijk en weg was Eros. Pas na het vervullen van uiterst moeilijke opdrachten herwon zij Eros en ze werd door haar schoonmoeder onsterfelijk gemaakt, waardoor ze eeuwig samen konden zijn. Eros gaat nog steeds zijn gang. De latere eroten, putti en cherubijntjes komen allen voort uit het Eros-type. JONISCH (532, 536, 610, 611b, 617) Iets jonger dan de Dorische stijl; de zuil staat op een basis, het kapiteel is versierd met voluten (krullen); op de zuilen rusten doorlopende draagbalken met een (doorlopend) relief. KORINTISCH (619) Komt omstreeks 400 v. Chr. in zwang, maar wordt pas echt populair bij de Romeinen, eeuwen later dus. Dit type zuil is geheel Ionisch, met uitzondering van het kapiteel, dat opgebouwd is uit akanthos-bladeren. De Romeinen voegen de Ionische voluten en de Korinthische akanthos samen tot een overdadig geheel (komposietkapiteel). LEDA en de zwaan (410, 1009) Legendarische echtgenote van de Spartaanse koning Tyndareus, Moeder van Klytaimnestra en Helena, Kastoor en Polydeukes (de zgn. Dioskouroi, zonen van Zeus). Van deze vier kinderen golden Helena en Polydeukes als (buitenechtelijke) kinderen van Zeus, die als zwaan vermomd was (bang om door Hera betrapt te worden?). Die had hem toch wel door (en hun huwelijk was geen schoolvoorbeeld van trouw) en hij zou Leda verleid hebben. Ten gevolge van dit samenzijn heeft Leda twee eieren gelegd, waaruit Helena en Polydeukes geboren zouden zijn. Klytaimnestra werd later de trouweloze echtgenote van Agamemnoon, koning van Mykenai, aanvoerder van de expeditie tegen Troje om Helena (zie hieronder) terug te halen. Bij zijn thuiskomst werd hij door Klytaimnestra vermoord. Helena trouwde Agamemnoons broer Menelaos, koning van Sparta en liet zich door Paris, één van de vijftig zoons van Priamus, koning van Troje, 'verleiden' en ging met hem mee naar Troje, waardoor de Trojaanse oorlog zou zijn ontstaan. Helena was toen Miss World. De Dioskouroi (ook Tyndaridae genoemd) waren beroemd als ruiter en als bokser en overal in Griekenland en later in Italie werden zij vereerd als helpers in de nood, speciaal als beschermers van de zeelieden. MEDUSA gr. Medousa, één van de drie monsterlijke zusters, de Gorgonen, met slangenharen, slagtanden en metalen klauwen; hun aanblik deed de mens verstijven. Medusa, de enige sterfelijke van de zusters, werd door een zekere Perseus gedood, nadat hij haar zijn spiegelend schild had voorgehouden, waarin zij zichzelf zag en verstijfde; daardoor was het voor Perseus niet moeilijk meer haar te onthoofden. Haar hoofd gaf hij aan Zeus cadeau, die het aan zijn magische schild bevestigde, om zonodig paniek in de strijd te veroorzaken. Dochterlief Athene mocht dat schild ook af en toe dragen, te leen. MINERVA (440) Romeinse godin, overeenkomend met de Griekse Athene, godin van de wijsheid, kunst, (vrouwelijk) handwerk, leidster in de strijd. Haar naam is van vóór-Griekse oorsprong, dus ze is een oeroude godin. Zij was een maagdelijke godin en werd daardoor Pallas Athene genoemd, volgens sommigen, omdat het woord pallax oorspronkelijk 'meisje' betekende. Maar haar maagdelijkheid blijkt veel duidelijker uit een andere bijnaam: 'parthenos' = maagd. Haar tempel op de Akropolis in Athenai heet dan ook Parthenon d.w.z Maagdenhuis. De godin Athene werd beschermgodin van Attica met de hoofdstad Athenai na een wedstrijd met Poseidoon (zie bij Neptunus), wie van hen beiden het land het nuttigste geschenk zou geven: Athene schonk de olijfboom, Poseidoon het paard. De bevolking koos de olijfboom, waarna de hoofdstad pas de naam Athenai kreeg. Athena zou geboren zijn uit het hoofd van haar vader Zeus; hiermee wil men ook bewijzen, dat het om een oeroude voor-Griekse godin gaat: bij de Grieken gingen de bevallingen anders! NEPTUNUS, (256, 308) Romeinse naam van de Griekse paarden- en zeegod Poseidoon, broer van Zeus. Als paardengod waren de wagenrennen aan hem gewijd. Later is hij hoofdzakelijk zeegod geworden, met als vast attribuut de drietand: daarmee kan hij stormen en ander boos weer laten ontstaan. Ook wordt hij in verband gebracht met allerlei vulkanische verschijnselen. Zijn verering was onder de zeevarende Grieken zeer verbreid. De beroemde superschurk Odysseus is met Poseidoon in conflict geraakt, omdat Odysseus een zoon van hem, de eenogige reus Polyphemos van zijn enige oog had beroofd. Het gevolg hiervan was, dat Odysseus pas tien jaar na afloop van de Trojaanse oorlog thuis kon komen.Het beroemde gevleugelde paard Pegasos is ook een zoon van Poseidoon. OLYMPUS gr. Olympos, de naam van een reeks bergen in Griekenland en en Klein-Azie (Turkije). De bekendste Olympos is die in Noord-Griekenland, op de grens tussen Thessalie en Macedonie, ruim 2900 meter hoog, eeuwige sneeuw (nog wel), de hoogste berg van Griekenland. Bij goed weer en een vertrektijd van ongeveer 05.00 uur schijnt deze berg op één dag te beklimmen en af te dalen te zijn. Deze Olympos werd door de Grieken gehouden voor het hemelruim (Oeranos), en beschouwd als de woonplaats van Zeus en Hera met een groot deel van hun uitgebreide familie. De Olympische spelen zijn niet naar deze berg genoemd, maar naar de stad Olympia, gelegen in de Noord-West-hoek van de Peloponnesos, waar Zeus en ook Hera vereerd werden en ter ere van wie elke vier jaar sportwedstrijden werden gehouden voor Griekse mannen, waar ter wereld ze ook woonden. Eventuele oorlogen werden in die periode gestaakt en conflicten bijgelegd. ROMEO en JULIA (258) Titel van het beroemde toneelstuk van Shakespeare. Het verhaal zou ontstaan zijn in de 15e eeuw in Italie, hoewel het zeer veel gelijkenis vertoont met het verhaal van Pyramus en Thisbe, door de Romeinse dichter Ovidius beschreven in zijn boek Metamorphoses, eind 1e eeuw v. Chr. Het verhaal gaat over een ingewikkelde liefdesrelatie tussen Romeo en Julia, kinderen van twee families, die elkaar voortdurend naar het leven stonden. Hun kinderen mochten dus niet met elkaar omgaan, laat staan met elkaar trouwen, hoewel Romeo dit verbod wist te omzeilen: Broeder Lorenzo was bereid hen te trouwen, in het geheim. Helaas kwam Romeo in conflict met een familielid van Julia, met het gevolg, dat hij verbannen werd. Hij verstopte zich stiekum bij Julia en vroeg zich af, wat te doen: weggaan en in leven blijven of blijven en sterven. Julia raadt hem aan weg te gaan en zo te overleven. Ditmaal nam Julia het initiatief om naar Broeder Lorenzo te gaan: deze raadde haar aan een gif in te nemen, waardoor ze twee dagen schijndood zou zijn. Haar ouders hielden haar voor dood en brachten haar naar de failisgrafkelder. Maar...toen het Romeo ter ore kwam, dat Julia dood was (hij wist niets van haar list), kocht hij gif en dronk dat naast Julia in de grafkelder op en stierf (hetgeen niet de bedoeling was); toen Julia na 48 uren bijkwam (hetgeen wel de bedoeling was), vond ze de dode Romeo naast zich; uit wanhoop kuste ze hem en stierf door het gif, dat nog op Romeo's lippen zat. Einde van deze droevige romance. SATYR / SATER (1017) (grieks: saturos). Satyrs zijn verwant aan silenen en ook zelfs gelijkgesteld aan dezen. Het zijn de benamingen voor een bepaald soort vegetatiedemonen, die voorgesteld werden als ruigbehaarde halfmenselijke halfdierlijke wezens met hoeven, een staart en een reusachtige phallos'penis'. Zij vertegenwoordigden de onbeheerste zinnelijke instincten en hielden zich vooral bezig met drinken en het lastig vallen, aanranden van nimfen. In de griekse mythologie zijn ze sinds de 6e eeuw v. Chr. de vaste begeleiders en volgelingen van Bakchos / Dionysos. Bij de Romeinen werden de satyrs fauns genoemd. De satyrs hadden de kenmerken van een paard: grote, spitse oren, paardenstaart en paardenhoeven. In latere tijden worden ze ook wel afgebeeld met bok-attributen: bokkenhorens, sik, bokkenstaart en bokkenpoten. Er waren dus twee soorten satyrs, maar de paardenvariant komt het meest voor in de Griekse schilder- en beeldhouwkunst. De herdersgod Pan (veroorzaker van paniek) is verwant aan de satyrs / silenen. |